Invalide auto regels

Deelname aan het verkeer in ons land staat open voor een grote groep personen en wordt er getracht zo min als mogelijk mensen uit de boot te laten vallen. Zo mogen ook invaliden deelnemen aan het verkeer en is het toegestaan met aangepast auto’s zich ook op de weg te begeven. Zo een invalide auto is aangepast naar de handicap van de bestuurder en zorgt het ervoor dat de verkeersveiligheid nooit in gevaar wordt gebracht. Met zo een aangepaste auto kunnen namelijk alle handelingen worden verricht zoals bij elke andere auto. Om het transport voor invaliden zo veel als mogelijk te bevorderen, gelden er aantrekkelijke (fiscale) voordelen. De aanpassingen die er aan zo een auto moeten worden verricht hangen op zich weer sterk af van het soort invaliditeit en dient zo een auto dus vaak op maat worden aangepast voor de klant.

De regels zijn ook bedoeld om het makkelijker voor de bestuurder te maken

Behalve voor de overige weggebruikers zijn de regels vooral bedoeld om ervoor te zorgen dat de gebruiker van een invalide auto er zo comfortabel bij zal zitten en dat de gemaakte kosten ook nog zullen meevallen. Zo is het rondrijden in een invalide auto goedkoper omdat de wegenbelasting lager uitvalt. Ook hoeft er bij de aanschaf geen BPM te worden betaald en maakt dit een aardig verschil uit op de aankoopprijs. Er zijn wel duidelijke richtlijnen aangegeven om hiervoor in aanmerking te komen. Zo hoeft de auto niet specifiek op naam van de invalide persoon te staan, maar zal die samen met de eigenaar het verzoek moeten indienen bij de Belastingdienst voor betaling van het lager wegenbelasting tarief.

Een veel voorkomend type auto waar voor wordt gekozen zijn de bestelauto’s. Die bieden genoeg ruimte aan bijvoorbeeld een rolstoel of looprek en kunnen bepaalde aanpassingen er ook makkelijker worden ingebouwd. Een verlaagde vloer is het meest gevraagd en is zo een verbouwing lang niet bij elke autotype mogelijk. Het tussenschot welke verplicht is voor bedrijfsbestelauto’s kan in het geval van een invalide auto ook worden verwijderd. Zo wordt de toegang naar de cabine niet belemmerd. Overigens mogen anderen ook gewoon gebruik maken van de auto. Het hoeft dus niet speciaal de invalide persoon in kwestie te zijn die de auto moet besturen. Ook hoeft die niet altijd aanwezig te zijn in de auto en kan het gewoon gebruikt worden als privé-voertuig waar de eigenaar bijvoorbeeld gewoon mee naar het werk gaat en in het weekend er gebruik van maakt om een invalide gezinslid mee te kunnen vervoeren.

Wat staat er in het rijbewijs aangegeven?

De meeste invaliden geven er echter de voorkeur aan om de auto toch zelf te kunnen besturen en zullen ze daartoe wel eerst het praktijkexamen opnieuw moeten afleggen. Op zo een manier wordt het ook duidelijk welke aanpassingen er nodig zullen zijn aan de auto en wordt dat ook aangegeven in het rijbewijs. Bij verkeerscontroles zal er streng erop worden toegezien dat de auto wel voldoet aan de eisen. Er zijn bedrijven die zich erin hebben gespecialiseerd om auto’s op maat te maken voor deze doelgroep. Zo kan de manier waarop het gas- en rempedaal worden bediend helemaal aangepast worden en kan er een stuurknop geplaatst worden waardoor het mogelijk wordt die met maar een hand te draaien.

Voor degenen die slecht ter been zijn en zelfstandig de auto willen betreden, kan er een verlaagde vloer worden geplaatst en wordt soms de hele bestuurdersstoel verwijderd. Het wordt dan mogelijk om met de rolstoel helemaal voor het stuur plaats te kunnen nemen. Bij anderen die wat beter ter been zijn kiezen voor een aangepaste bestuurdersstoel waarbij ze makkelijker kunnen in- en uitstappen.

Bij aankoop van een tweedehandse auto kan het BPM teruggevraagd worden

Voor de aankoop van een nieuwe auto die zal dienen als invalidenvervoer, hoeft er dus geen BPM te worden betaald. Maar wat als het gaat om een tweedehandse auto? Ook voor zulke gevallen is het mogelijk om het BPM bedrag terug te krijgen. De betreffende auto moet dan wel niet ouder zij dan 5 jaar en moet er bij de (nieuw)koop ervan uiteraard wel BPM zijn betaald. Bedrijfsauto’s vallen er niet onder omdat er voor die bij de aanschaf geen BPM wordt betaald.

Bij het overlijden van de invalide persoon die gebruik maakte van de auto, zal het te betalen bedrag BPM gelukkig niet alsnog voldaan hoeven te worden. Dit geldt overigens alleen wanneer een inwonend gezinslid de auto overneemt en die zeker voor een periode van 5 jaar niet meer van de hand doet. Indien de auto al op naam van zo een gezinslid was, zal de auto ook niet voor een periode van 5 jaar verkocht kunnen worden zonder dat er alsnog een BPM-aanslag door de Belastingdienst zal worden ontvangen.

De regels die er gelden voor een invalidenauto doen in grote lijnen denken aan die voor bestelauto’s voor bedrijven. Ook hier betaalt men immers geen BPM bij de aankoop. Een extra voordeel van zo een invalidenauto is wel dat de wegenbelasting lager uitvalt. Indien de auto niet meer gebruikt zal worden voor het vervoer van een invalide, zal de Belastingdienst op de hoogte moeten worden gesteld en hoeft in sommige gevallen de BPM niet alsnog betaald te worden. De aanpassingen die noodzakelijk zijn om de auto veilig te kunnen betreden en/of te kunnen besturen worden voor een deel beschreven op het rijbewijs. Voor het overige zijn er bedrijven die zich erin hebben gespecialiseerd om invalide auto’s op maat te maken voor hun klanten.

5 (100%) 31 votes